|
 |
Pensioen en lijfrente 2009 |
Gepubliceerd op: Maandag 5 januari 2009
Over het algemeen wordt er vanuit gegaan dat men na het 65e levensjaar kan volstaan met een pensioen dat 70 procent van het laatstverdiende inkomen bedraagt. Dit pensioen bestaat vaak uit drie pijlers: de eerste is de AOW-uitkering van de overheid, de tweede het pensioen dat is opgebouwd via de werkgever en de laatste pijler zijn individuele aanvullende voorzieningen. Dit kan bijvoorbeeld een lijfrente uitkering zijn.
Wanneer men bonussen, provisies, overuren, een auto van de zaak, pensioenbreuken of onvoldoende dienstjaren heeft, kan het zijn dat er minder dan 70 procent van het laatstverdiende inkomen is opgebouwd. We noemen dit een pensioentekort. Dit tekort kan fiscaal vriendelijk worden aangevuld door middel van een lijfrenteverzekering of een lijfrente bankspaarrekening.
Een lijfrente kan gezien worden als een spaarpotje dat uitkeert na de 65e verjaardag of, bij eerder overlijden, aan de nabestaanden. De opbouw kan plaatsvinden via een lijfrenteverzekering of via banksparen. Er zijn een aantal verschillen tussen beide methoden. Zo kent een lijfrenteverzekering kosten, maar bij overlijden een flink kapitaal voor nabestaanden. Een bankspaarproduct is in feite een geblokkeerde rekening en kent geen kosten. Bij overlijden komt wat er op de rekening staat toe aan de nabestaanden. Of het gunstiger is om een lijfrente op te bouwen via een verzekering of via banksparen moet per geval worden overwogen.
Jaarruimte Pas bij uitkeren is de lijfrente uitkering fiscaal belast. Wanneer er een aantoonbaar pensioentekort is, is de premie of inleg in aftrek te nemen. Dit is te bepalen aan de hand van de jaarruimte. Dit is de ruimte die vrij is om op te vullen met inleg of premie, welke in aftrek te nemen is van het inkomen. Hierbij wordt rekening gehouden met de AOW en pensioenopbouw. Om de aftrek over 2009 te berekenen mogen zowel de cijfers van 2009 als die van 2008 worden gebruikt. Over het algemeen geldt de volgende regel: (17% van de grondslag) – (7,5 x factor A).
De 'grondslag' is het verdiende bruto-inkomen minus de AOW-franchise van 11.345 euro. U ontvangt immers al AOW. In 2009 is het maximale inkomen verhoogd naar 155.827 euro. Dit is goed nieuws voor ZZP-ers die belastingvriendelijk willen sparen voor hun pensioen. De 'factor A' staat voor de pensioenaangroei in een jaar, welke te vinden is in de pensioenopgave.
Voorbeeld Meneer X is 38 jaar en heeft een (verwacht) belastbaar inkomen in 2009 van 47.000 euro. Hij heeft een pensioenaangroei van 570 euro (2008). De ruimte waarin hij lijfrentepremie kan betalen kan als volgt worden berekend:
| 17% van (47.000 – 11.345) | = 6.061 euro | | 7,5 x 570 | = 4.275 euro – | | jaarruimte | = 1.786 euro positief |
Meneer X heeft in dit voorbeeld dus de mogelijkheid om 1.786 euro aan inleg te storten of aan premie te betalen in 2009 en maximaal in aftrek te nemen op het inkomen. Wanneer er sprake is van een negatieve jaarruimte, dan is er geen ruimte, maar een zogenaamd 'bovenmatig' pensioen. Er zijn rekenmodules te vinden op internet, bij de Belastingdienst of bij een financieel adviseur.
Reserveringsruimte Tekorten in het pensioen kunnen ook met terugwerkende kracht worden aangevuld door middel van de reseveringsruimte. Deze ruimte omvat de jaarruimten tot maximaal zeven jaar terug, opgeteld. In veel gevallen wordt dit eenmalig betaald met een koopsom, die dan ook volledig in aftrek is te nemen. In 2009 is deze gemaximaliseerd op 6.703 euro. Het bedrag is voor 55-plussers verhoogd naar 13.238 euro.
Eerder stoppen met werken Een lijfrente is bedoeld ter aanvulling van het inkomen na het 65e levensjaar. Om vervroegd te kunnen stoppen met werken is er de levensloopregeling. Daarmee kan per jaar maximaal 12 procent van het inkomen via de werkgever op een geblokkeerde rekening worden gezet. In totaal kan er maximaal 210 procent van het inkomen worden gespaard, waarmee een vervroegde pensioenuitkering op 62-jarige leeftijd kan worden bewerkstelligd (210/70% = 3 jaar).
Voor- en nadelen Een voordeel van de lijfrente is dat de inleg of de (veel) hogere koopsom het belastbaar inkomen verlagen. Dit kan gunstige gevolgen hebben voor uitkeringen, subsidies en toeslagen. Er kleven echter ook nadelen aan. Zo moet er uiteindelijk belasting worden betaald over het rendement. Verder is het zeer nadelig om de lijfrenteverzekering voor de einddatum af te kopen. Dit gebeurt daarom in de praktijk vrijwel nooit. In plaats van afkopen zetten veel mensen de polis daarom door zonder premie te betalen, het opgebouwde kapitaal kan dan door kosten zelfs verminderen. Een kosteloos bankspaarproduct kan dan de oplossing bieden.
Veranderingen t.o.v. 2008 Alle cijfers zijn licht aangepast, maar de verhoging van de premie grondslag naar 155.827 euro kan flink worden genoemd. Verder is het mogelijk om kleine lijfrentebedragen tot 4.000 euro eenmalig te laten uitkeren zonder dat daar fiscale sancties aan verbonden zijn. van de premie grondslag naar 155.827 euro kan flink worden genoemd. Verder is het mogelijk om kleine lijfrentebedragen tot 4.000 euro eenmalig te laten uitkeren zonder dat daar fiscale sancties aan verbonden zijn.
Auteur: Monique Vernooij |
Terug
|
Er zijn momenteel 0 reacties. |
|
 |
Meer relevante artikelen |
Pensioenfondsen moeten hun risicobeheer en beleggingsbeleid verbeteren.
De verhoging van de levensverwachting zorgt voor problemen vergrijzing
Coalitie bereikt akkoord AOW-leeftijd
Cijfers Prinsjesdag nu al bekend
Zorgplicht bij pensioen schiet tekort
|
|
AEX
|
MIDKAP
|
|